Betekenisvol ondernemen gaat over waardecreatie voor meerdere doelgroepen. Dat is het grote onderscheid, maar gelijk ook de achilleshiel. Bij betekenisvol ondernemen is waardecreatie complexer én krachtiger dan bij conventioneel succesvolle bedrijven. Dat komt door hybride businessmodellen.

Conventioneel succesvolle bedrijven bieden waarde aan de klant door een probleem op te lossen. Ze leveren waarde en krijgen daarvoor waarde terug in de vorm van de factuur die wordt betaald. Eenvoudig en duidelijk. Als ondernemer heb je te maken met één stakeholder die één belang heeft en dat leidt tot één geldstroom. Een klantrelatie ontwikkelt zich voorspoedig als de geleverde waarde en de ontvangen waarde in evenwicht is. Dit is het eenvoudige waardemodel. De economische motor is duidelijk. Groot voordeel is dat er een directe relatie bestaat tussen prestatie en betaling. Dat maakt het eenvoudig om continu te verbeteren.

Betekenisvol ondernemers worstelen met meerdere stakeholders. Meerdere stakeholders betekent meerdere belangen en vaak ook meerdere geldstromen. Daarmee is het geven en nemen van waarde diffuus. Er is geen eenduidig verband meer tussen waardecreatie en geldstromen. Subsidies kunnen komen van een gemeente of de overheid, terwijl het bedrijf voor een andere doelgroep een probleem oplost. Dat stelt een betekenisvol ondernemer voor een dilemma. Geld komt van een andere stakeholder dan waar de betekenisvolle waarde wordt gecreëerd. De geldstroom stroomt anders dan de waarde stroomt. De economische motor en de maatschappelijke motor zijn niet hetzelfde. Hoe zit dat met een concreet voorbeeld?

Directeur van Nynke Ypenga van Stichting ViiA geeft een praktijkvoorbeeld. “Een gemeente betaalt ons om matches te maken. Dit zijn matches tussen bijvoorbeeld een vrijwilliger en iemand die hulp vraagt. Denk aan een vrijwilliger die een oudere die nog thuis woont helpt. Dat leidt tot maatschappelijke waardecreatie, want de vrijwilliger is zinvol bezig en de oudere kan langer in vertrouwde omgeving blijven wonen. Maar er is meer. Vaak leidt dit tot een afname van ziektekosten. Dat is goed voor een vierde belanghebbende, de ziektekostenverzekeraars. Die profiteren geldelijk, maar investeren niet. Vier stakeholders. Vier verschillende belangen. De maatschappelijke waarde ligt in dit geval bij de match tussen vrijwilliger en hulpvrager. Dat is het maatschappelijke profijt. De ziektekostenverzekeraar heeft geldelijk voordeel. De geldstroom komt van de gemeente. En de gemeente… dat zijn wij, de inwoners”.

Niet alle maatschappelijke waarde wordt gerealiseerd. Ypenga vertelt verder: “Wij zijn afhankelijk van het budget dat beschikbaar is (of gesteld wordt). Meer matches maken, dus meer waarde creëren levert ons niet meer geld op. Er is maar een hele beperkte relatie tussen het aantal matches dat we maken en het beschikbare budget. We maken productieafspraken en daar staat budget tegenover. Het overschrijden van die productieafspraken, betekent met dezelfde uren meer doen en gaat daarom vaak ten koste van de kwaliteit van de matches (en dus de gecreëerde waarde), daarnaast blijft een hoop potentiele waarde onaangeboord.”

Dit leidt tot hybride businessmodellen. In ieder geval een businessmodel voor profit. De economische motor. En een businessmodel voor impact. De maatschappelijke motor. Hybride businessmodellen kunnen prima werken. Maar stelt ook hoge eisen aan de betekenisvol ondernemers. Die moet steeds geleverde waarde tastbaar kunnen maken en verwachtingen voor verschillende doelgroepen goed kunnen zetten en invullen. Maatschappelijke waardecreatie loopt niet parallel met geldelijk profijt. Een mooie uitdaging.